Wat deze wereld vol onrust van ons vraagt

Er gebeurt veel in de wereld. Wereldleiders, en één in het bijzonder, zijn op dreef. Wat me daarin raakt, is de angst die overal doorheen sijpelt. In het nieuws. In talkshows. In politieke taal. Angst voor verlies van controle, voor escalatie, voor de ander. En die angst wordt niet alleen benoemd, ze wordt uitvergroot. Angst trekt aandacht. Angst houdt mensen vast.

En elke keer als we dat doen, doen we er een schepje bovenop. Gisteravond bij Pauw & De Wit uitten een aantal tafelgasten hun boosheid over wat er met oud en nieuw in Amsterdam gebeurde. Over het geweld richting politie. Over de grens die is overschreden. Die boosheid was voelbaar.

Begrijpelijk.
En… het is goed om je te realiseren: onder boosheid zit ook altijd iets anders.

Want boosheid is zelden het beginpunt. Boosheid is vaak een beschermlaag. Daaronder zit verdriet. Verdriet dat het zover gekomen is. Dat de afstand zo groot is geworden. Dat mensen elkaar zo kwijt zijn geraakt. Dat wat ooit van ons samen was, nu voelt als tegenover elkaar staan.

Ik kijk hier systemisch naar. En daarbij werd ik een handje geholpen bij het lezen van een post op LinkedIn van Siets Bakker. Waarin ze uitnodigde om systemische vragen te stellen over de situatie in de wereld. Wat laat die ons zien over wat we collectief vrezen? Wat zouden we onder ogen moeten komen als we stoppen met focussen op één incident of één groep? Wat kijken we niet aan, terwijl we allemaal naar hetzelfde fragment zitten te kijken?

Wat ik zie, is een diepe reflex naar controle. Naar beheersen. Naar harder optreden. Alsof dat de onrust oplost. En mijn ervaring is: dat doet het niet. Niet in mensen. En niet in systemen.

In mijn praktijk zie ik vaak mensen die denken dat controle en presteren het antwoord zijn om verder te komen. Slimme, betrokken ondernemers en professionals. Verantwoordelijk. Met hun leven ogenschijnlijk goed op orde. En ze lopen vast. Hun reactie daarop? Doen ze wat ze altijd hebben gedaan: nog meer hun best doen, nog meer grip proberen te krijgen.

Tot het niet meer werkt.

De beweging ontstaat pas als ze stoppen met forceren. Als ze durven ZIJN bij wat er is. Zonder oordeel. Zonder het meteen te willen fixen. Dan komt er ruimte. Dan dienen antwoorden zich aan. Dan worden nieuwe samenwerkingen en richtingen ineens zichtbaar.

Diezelfde beweging mis ik in het maatschappelijke gesprek. Boosheid krijgt alle ruimte. Verdriet nauwelijks. En zolang we alleen op boosheid reageren, blijven we elkaar kwijt. Want boosheid roept tegenkracht op. Verdriet nodigt uit tot contact.

Daarom mijn oproep: durf onder de boosheid te kijken. Doe er geen schepje bovenop. Niet in woorden. Niet in framing. Niet in oordeel. Erken dat hier iets stuk is gegaan. En dat herstel begint met zien wat er werkelijk speelt.

We hebben minder controle nodig. En meer aanwezigheid. Meer ruimte voor wat er onder de oppervlakte leeft. Meer verantwoordelijkheid voor onze eigen plek in het geheel. Daar ontstaat beweging. Dat zie ik elke dag. En ik geloof dat dat ook geldt voor ons als samenleving.

Bericht delen